Geschiedenis


In 1421 is door de Sint Elizabethsvloed o.a. het dorp Strijen grotendeels weggevaagd, waardoor de houten molen, die er toen stond, verplaatst werd naar een westelijker gelegen plaats. Het werd het dorp Zuidland, waar de Heren van Putten de houten molen lieten bouwen om zo de plaatselijke bevolking te voorzien van meel. In een Keurenboek, dat in 1550 werd vervaardigd, werd bepaald dat alle inwoners van Zuidland hun koren op de plaatselijke molen moesten laten malen.

In 1731 kreeg ambachtsheer Pieter van der Mersch het windrecht en later ging dat over op de gemeente die tot die tijd belasting inde via het maalrecht. De korenmolen van Pieter de Gilde brandde op 24 maart 1844 in de vroege morgen door onbekende oorzaak geheel af. De eigenaar van de molen was gelukkig gewaarborgd tegen brandschade. De molen werd in opdracht van Pieter de Gilde herbouwd, maar deze keer ook nog voorzien van een doorrit door de molen zodat paard en wagen er doorheen konden rijden.

De eerste steen van de nieuwe molen werd gelegd op 5 juni 1844.

Eerste steen2

In het houten bovenwiel is het jaartal 1844 uitgehakt. De kap is gepotdekseld en met dakleer bekleed. Op de ribben van de gietijzeren bovenas uit 1861 zijn een zestal namen opgegoten:

JOB OPREL,

PIETERTJE TROOST,

JACOB OPREL Jz.,

HELENA DE LANG,

JAN DE LANG,

LUCRETIA STEENHOVEN.

Job Oprel was een meester metselaar/aannemer uit Simonshaven die de herbouw van de molen in 1844 uitvoerde. Uit zijn huwelijk met Pietertje Troost werd in 1827 zoon Jacob geboren. Deze trouwde met Helena de Lang, een dochter van chirurgijn en vroedmeester Anthony de Lang en Lucretia Steenhoven. Jan de Lang was hun zoon.

Op de donkergroene met witte randen versierde baard met geel-rode versiering staat het opschrift ’18 DE AREND 44′.

De stenen stellingmolen met doorrit werd in 1869 verkocht aan Arie Van Beek voor Fl 6700,- In 1920 richtte zijn familie de N.V. Van Beeks Handelmaatschappij op met een tweede vestiging in Middelharnis en het hoofdkantoor in de graanpakhuizen in Rotterdam.

Na de crisis van de jaren 1930 bleef alleen de molen in Zuidland in bedrijf. In de oorlogsjaren 1940 – 1945 bemaalde molenaar C. Aalbregtse de molen (geb. 6 maart 1903 te Ouddorp). Ook werden er gedurende de oorlogsjaren veel reparaties uitgevoerd en een mengketel aangebracht. Zijn opvolgers waren de molenaars Overgaauw en Zevenbergen, die dagelijks met paard en wagen het veevoer bij de boeren afleverden. De molen bleef voor het maalbedrijf in bedrijf tot 1954. Hierna stond de molen stil en brak een periode van verval aan.

Op 21 april 1964 ontving de gemeente Zuidland een brief van de Vereniging tot behoud van molens in Nederland “De Hollandsche Molen” met de vraag wat de bedoeling was de molen verder te laten aftakelen/vervallen. Het antwoord van de gemeente was dat zij toch wel graag de molen wilden behouden. In 1969 kocht de  gemeente Zuidland (later Bernisse) de molen voor Fl 7500,- In 1972 volgde een bijna twee ton kostende restauratie en in 1977 opnieuw om de molen in maalvaardige staat te krijgen. Molenaarszoon W.A. Verrijp werd in 1976 door de gemeente tot vrijwillig molenaar benoemd.

Molenaar Adriaan Verrijp heeft de molen bemalen tot en met 31 december 2003. Vanaf 1 januari 2004 zijn John Wijnhoven en Arie Verweij de nieuwe molenaars en samen zullen zij zorgdragen voor het voortbestaan van de molen.

Adriaan Verrijp – molenaar in hart en nieren

Op 7 januari 2004 was de officiële overdracht van de sleutel van molen “de Arend” te Zuidland van Dhr. W.A. Verrijp aan de nieuwe molenaars John  Wijnhoven en Arie Verweij. Dhr. Verrijp werd geëerd met een erepenning van de gemeente Bernisse voor zijn inzet gedurende de 27 jaar die hij molenaar was op “de Arend” te Zuidland.

Dhr. Verrijp komt uit een echte molenaarsfamilie. Het vak ging van vader op zoon. Zijn vader was molenaar op molen “De Zandweg” in Rotterdam-Charlois; zijn opa was molenaar in Spijkenisse op molen “Nooit Gedacht”. In zijn stamboom is het beroep molenaar tot in de 17e eeuw terug te vinden. Zowel op korenmolens als op watermolens.

Net na de Tweede Wereldoorlog begon hij op de Hekelingse molen, waar hij de taak van zijn schoonvader overnam. In 1969 moest de molen wijken voor de oprukkende woningbouw van Spijkenisse. Dhr. Verrijp verdiende toen de kost als vrachtwagenchauffeur. De “Bernissermolen” in Geervliet liet hij, als het even kon, regelmatig draaien. In 1976, toen molen “de Arend” in Zuidland weer maalvaardig werd gemaakt, ging hij weer als korenmolenaar aan de slag. Er waren tijden dat hij wel 4000 kg graan per week maalde. Dat is tegenwoordig niet meer zoveel. Er werd nog wel meel geleverd aan de bakker van Zuidland en aan de molen van Oostvoorne. Op de molen worden nu nog steeds diverse producten verkocht.

Dhr. Verrijp heeft het molenaarsvak gedurende 51 jaren uitgeoefend en is in 2004, op 76-jarige leeftijd, gestopt. De laatste 27 jaar was hij molenaar op “de Arend” in Zuidland; de molen die hij vanuit zijn woning nog dagelijks kan zien.